Blog van het bestuur

Van de voorzitter

Januari 2024

Een stap vooruit en weer twee achteruit? En toch gewoon doorgaan.

Laatst vroeg mijn buurman aan me: “gaat het wel de goede kant op met de energietransitie waar jij je zo hard voor maakt?”. Ook mijn buurman houdt het nieuws bij en ziet de berichten over een vastlopend elektriciteitsnet, tegenvallende verkoop van elektrische auto’s, windparken op zee waar aannemers en hun beleggers zich uit terugtrekken, grote weerstand tegen windmolens op land, teruglopende animo voor zonnepanelen op je eigen dak, grote zonneparken die niet meer op landbouwgrond mogen. Ja, wat antwoord je dan?
“Het gaat goed en het gaat niet goed.” was mijn antwoord. Hieronder de voorbeelden die mijn antwoord mede bepalen. We hebben nog een lange weg te gaan. Gewoon doorgaan dus en je niet laten afleiden door de waan van de dag.

Eerst het goede nieuws!

Steeds meer jonge mensen kiezen voor een opleiding die te maken heeft met duurzaamheid. MBO, HBO en de Universiteiten bieden onderwijs in dit veld aan en de interesse van de studenten is groot. Het is de jonge generatie die zich zorgen maakt en ook de generatie die aan de slag wil. De jeugd heeft de toekomst en zij wil hem ook pakken.
Steeds meer bedrijven, vaak mede op initiatief van hun medewerkers, zijn actief bezig met verduurzaming van hun bedrijfsvoering. We zien initiatieven op bedrijfsterreinen om hierbij ook de handen ineen te slaan: samen bereik je meer.
Met meer dan 1 kWp geïnstalleerd zonnestroomvermogen per inwoner is Nederland in een paar jaar van hekkensluiter opgeklommen tot koploper. In de eerste helft van 2023 produceerden we ruim 18% van de stroom met zonnepanelen en 22% met windmolens. Veel particulieren hebben zonnepanelen op hun dak. Het aantal windmolens op zee en op land groeit sterk, evenals het aantal grote zonneparken. Het verduurzamen van woningen gaat snel op dit moment. Dat zien we terug in het verbruik van gas voor verwarming van woonhuizen. Het gasverbruik was in de periode 2010 - 2020 tijd al met 23% verminderd. Afgelopen 2 jaar is daar nog 15% reductie bijgekomen. Dat komt vooral door isolatie en gedragsverandering van burgers. Een klein deel komt door het overstappen op (hybride) warmtepompen.
Er zijn al ruim 700 energiecoöperaties en een groot aantal bewonersinitiatieven actief in Nederland en hun aantal groeit nog steeds. We zien vooral veel nieuwe burgerinitiatieven die gaan over de warmtetransitie: samen met de straat, buurt en wijk verduurzamen van onze woningen.
De kennis en ervaring van de actieve leden van al deze netwerken neemt in rap tempo toe. Steeds meer burgers die professioneel met de energietransitie bezig zijn, willen ook op vrijwillige basis, in hun eigen woonomgeving aan de slag. Burgers die actief worden, doen dit voor jaren. Er ontstaat een professioneel netwerk en het leidt ook tot nieuwe vriendschappen in de eigen gemeenschap. Betrokken op elkaar, op het thema én zeer professioneel. De competenties die we binnen deze groep zien variëren van harde, ‘blauwe’ techneuten en projectmanagers tot burgers met veel verstand van cultuur- en gedragsverandering, kennis en ervaring met verandermanagement, soms op hoog niveau. Wat een potentieel zit er in onze samenleving en wat een bereidheid om die aan de gemeenschap ter beschikking te stellen!
Tot zover het goede nieuws.

Er zijn ook zorgen. Laat ik er een paar noemen

Netcongestie gooit flink roet in het eten. Door de versnelde elektrificatie na de start van de oorlog in Oekraïne en de daaruit voortkomende hoge gasprijzen is het congestieprobleem pas echt zichtbaar geworden. Bij Stedin loopt het over de schoenen en de organisatie geeft steeds minder thuis, als we contact met ze zoeken. De spanningsproblemen op het laagspanningsnet gaan er de komende jaren voor zorgen dat de panelen die we thuis op ons dak hebben, regelmatig worden afgeschakeld. Daar komt ook nog de kosten voor terug leveren bij en de mogelijke afbouw van het salderen.
Lokaal eigendom echt borgen komt maar moeizaam op gang. Veel parken zijn toch vooral in handen van buitenlandse investeerders. Gemeentes laten zich in de luren leggen die de cowboys in deze markt.
Wind op land heeft vooral tegenwind. Daardoor is het ontwikkelen van eigen windmolens een ingewikkeld en tijdrovend proces.
De nieuwe richtlijnen rond zon op land, maken het ontwikkelen van zonneparken nog lastiger.
De rente is dusdanig snel gestegen dat veel businesscases in het rood staan.

Gaan we bij de pakken neerzitten? Nee, uiteraard niet. We moeten met elkaar wel een lange adem hebben. Nauw met elkaar samenwerken binnen de Provincie is daarbij belangrijk. Dat is de reden waarom we Energie van Utrecht hebben opgericht. Alleen ga je sneller, samen kom je verder.

Wat staat er op mijn verlanglijstje?

Er zijn vele onderwerpen waarmee we kunnen beginnen. Hieronder drie concrete voorbeelden die mij aan het hart gaan:

  1. Open de regionale RES-tafels voor het maatschappelijke veld. Betrek hen structureel bij de ambitie, de concrete te bereiken doelstellingen en vooral het bedenken en realiseren van de oplossingen. Stel je als overheid dienstbaar aan het proces op, in plaats van het proces te willen beheersen. Het maatschappelijk veld moet immers de energietransitie ook concreet vormgeven en laat inmiddels zien waar zij toe in staat is.
  2. Voor het probleem netcongestie: maak een ronde tafel met alle stakeholders om per regio dit veelkoppige monster in de bek te kijken. Wees dapper en geef maximale regelruimte zodat goede ideeën worden gerealiseerd in plaats van het blijven hangen in wat wel en vooral niet mag of kan. Als voorbeeld: leg de kaart van het gebied dat hoort bij een middenspanningstation van de netbeheerder op tafel, leg de analyse van vraag en aanbod, inclusief het actuele verbruik per 15 minuten erbij en kijk waar de kansen liggen om maximaal gebruik te maken van de infrastructuur die we hebben.
  3. Ontwikkel een integrale gebiedsgerichte aanpak die alle maatschappelijke opgaves zoals transitie in de landbouw, versterken van de natuur, klimaatadaptie (water) en hert opwekken van duurzame energie een plaats heeft. Ga daarbij na of en op welke wijze duurzame energie-opwek kan bijdragen aan nieuwe verdienmodellen om de transitie in de landbouw, versterking van biodiversiteit en klimaat-adaptief waterbeheer mogelijk ter maken. Betrek alle stakeholders daarbij en geef hen de regie. Dit proces leidt tot lokaal gedragen plannen.