Waar plaats je windmolens en hoe weeg je de effecten?

Waar plaats je windmolens en hoe weeg je de effecten?

workshop wind UU

Op donderdag 12 maart organiseerde de Universiteit Utrecht een interactieve workshop over de toekomst van windenergie in de provincie Utrecht. Deze workshop was in het kader van een onderzoek van promovenda Leanda Vedder. Zij doet onderzoek naar hoe het grote publiek tegen windparken aankijkt en hoe dit perspectief beter kan worden meegenomen in de energieplanning.


De deelnemers aan de workshop waren stakeholders. Ze zijn in meer of mindere mate betrokken bij de ontwikkeling van windparken. De deelnemers werd gevraagd een vragenlijst in te vullen met stellingen over windenergie en windparken. Daarna gingen ze rond een tafel staan met daarop een grote interactieve kaart van de provincie Utrecht. Deze kaart bevatte veel verschillende kaartlagen die relevant zijn voor windenergie, zoals natuurgebieden, trekvogelroutes, weidevogelgebieden, windsterkte, woningen en een contour van 200 m. daaromheen, elektriciteitsnetten met laag-, midden- en hoogspanningsstations, bestaande windturbines. De ‘witte’, resterende gebieden waren gebieden waar in principe geen belemmeringen zijn voor windturbines. Je kon inzoomen om het gebied in meer detail te zien.


De kaart was gekoppeld aan een scherm waarop je de omgevingsbeelden zag. Zodra je een windturbine op de kaart plaatste, kon je deze zien op het scherm, geprojecteerd in het landschap. Met een virtual reality (vr)-bril op, kon je nog beter ervaren hoe zo’n windturbine in het landschap eruit ziet, met slagschaduw erbij.


Je kon op de kaart ook een windpark plaatsen. De kaart gaf met rode cirkels aan of een windturbine conflicteerde met een bepaalde waarde, zoals een weidevogelgebied. Ook kon je zien wat de energieopbrengst is van die windturbine op die plek (waarbij je een keuze kon maken uit verschillende vermogens) en of je met al die windturbines de energiedoelstellingen gaat halen, voor 2030 en voor 2050.


De deelnemers plaatsten windturbines en gingen vervolgens in discussie over die locatie. Passen ze daar? Waarom wel of waarom niet? Is het goed als ze in een gebied staan waar al veel overlast is voor bewoners, zoals op een bedrijventerrein? Dan concentreer je de overlast, of vallen ze misschien minder op. Of willen bewoners ze daar dan juist niet? Je kon de windturbines ook verplaatsen en kijken of dat beter past. En hoe ziet het er uit als ze daar staan?


Er spelen veel factoren een rol bij de keuze voor een geschikte locatie, dat bleek wel uit de kaarten. Daarbij moet ook gekeken worden; waar zijn windturbines hard nodig? Bijvoorbeeld bij steden en bedrijventerreinen met een grote stroomvraag in combinatie met netcongestie. En welke afstanden houd je aan tot woningen, tot infrastructuur (wegen en spoorwegen), tot bedrijven (i.v.m. externe veiligheid), tot natuur, etc.?


Vervolgens werden we gevraagd een vragenlijst in te vullen over dit ‘spel’ wat we samen hadden gespeeld. Het laatste onderdeel van de workshop was een ‘mental model’ maken van de gevolgen van windmolens. Wat zijn directe gevolgen van windmolens en wat indirecte? Wat zijn voor jou de belangrijkste gevolgen (positief en negatief) van windmolens? Dat tekende je op een tablet met symbolen en pijlen.


De geavanceerde hulpmiddelen zorgden ervoor dat je een goed beeld kreeg van de nieuwe windturbines in het landschap. Ze brengen de discussie met belanghebbenden op gang en ondersteunen die ook.
De workshops zijn ook gehouden in verschillende andere Europese landen en met verschillende soorten doelgroepen. De resultaten van het onderzoek worden medio 2026 verwacht.


Stella Eitjes

Geplaatst in
rand EvU