Ontwikkelen van Energie op Rijksgronden: waar blijft de OERkracht?

Ontwikkelen van Energie op Rijksgronden: waar blijft de OERkracht?

Zonnepanelen Meijewetering uitsnede

We hebben in Nederland bijna 2.500 kilometer snelweg en zelfs bijna 3.500 kilometer spoor. Dat is allemaal grond van het Rijk. Daarom bedacht daar ooit iemand: “Maar wacht eens, dat is 6.000 kilometer landschap waar nu niets mee gebeurt, waarom gaan we niet aan de slag met het Opwekken van Energie op deze Rijksgronden?” Oftewel: OER.

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft er in 2020 dan ook hoge verwachtingen van: “De energietransitie kan een hefboom zijn voor kwaliteitsverbetering, zowel ruimtelijke als bijvoorbeeld voor ecologische, economische of sociale verbeteringen. Hieraan wordt onder meer invulling gegeven met het Pilotprogramma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER), waarin verschillende projecten voor energie op Rijksgronden in samenspraak met de RES’en worden opgezet.”

En zo dacht ik er zelf ook over. Immers, normaal hebben vaak commerciële projectontwikkelaars de grondcontracten. Maar nu heeft de overheid de sleutel tot de grond en kunnen we als energiecoöperaties wellicht rechtstreeks zakendoen. Wat een geweldige kans voor 100 procent lokaal eigendom, niks meer aan doen, dacht ik.

Maar de grondlocaties lijken elke dag kleiner en meer versnipperd te worden. Zes jaar later is er weinig vooruitgang geboekt. Het vaak aangehaalde eerste project uit het programma, De Zonneroute langs de Drentse A37, is zes jaar later nog steeds niet getenderd. En dat terwijl coöperaties vele uren met ambtenaren hebben gepraat om die pilot van de grond te krijgen.

In die zes jaar zijn de kansen voor zonne-energie bovendien sterk verslechterd. Na het schrappen van veertien windmolens langs de A28 door Defensie blijven in Utrecht alleen nog zonneprojecten over. Juist die projecten staan onder druk: de eisen van het Rijk zijn hoog, terwijl het tegelijk vasthoudt aan ‘marktconforme’ (lees hoge) grondvergoedingen. De vraag is of er nog marktinteresse voor deze locaties is.

Door de twijfel over marktinteresse klinkt inmiddels zelfs de suggestie om te tornen aan de eis van 50 procent lokaal eigendom. Dan blijft er meer over voor commerciële ontwikkelaars, zo is de redenering. Maar met minder dan 50 procent verliest een coöperatie feitelijk haar zeggenschap. Welke coöperatie gaat dan nog een project verdedigen bij inwoners en gemeenteraad? En hoeveel draagvlak levert de belofte dat de winst “een goede bestemming” krijgt bij aandeelhouders?

Komen de OER-projecten nog wel op tijd van de grond? Voelt het Rijk de urgentie van extra duurzame opwek? Ik hoop dat de nieuwe minister het programma weer op gang brengt, zodat we met sneltrein-vaart op weg kunnen naar een groene tOE(R)komst, mét zeggenschap voor inwoners.

Sophie Schut
Directeur Energie van Utrecht

Deze column verschijnt ook in De Windvaan (ledenblad van De Windvogel)

Geplaatst in
rand EvU