Financiering grootschalige zon- en windprojecten
Hoe realiseren we 50% lokaal eigendom als ledenkapitaal niet toereikend is?
Energie van Utrecht heeft samen met IN.Credible onderzoek gedaan naar Financiering van grootschalige zon- en windprojecten. “Welke aanvullende financieringsmogelijkheden zijn er om voldoende lokaal eigendom (minimaal 50%) met zeggenschap te realiseren in het geval dat met ledenkapitaal in eerste instantie niet lukt?” Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de provincie Utrecht. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in een rapport.
Om in 2030 de RES-doelstellingen voor grootschalige, coöperatieve opwek van energie te halen, dienen er in de Provincie Utrecht nog 40 à 50 windturbines gebouwd te worden en moet er nog zo’n 700 hectare aan zon-op-land worden gerealiseerd. De Provincie Utrecht heeft in het beleids- en toetsingskader voor windenergie vastgesteld dat minimaal 50% lokaal eigendom behaald moet worden met een streven naar 100%. Voor zonnevelden zijn de beleidskaders door de gemeenten vastgesteld met in veel gevallen (een streven naar) 50% lokaal eigendom en soms meer. Lokaal eigendom komt tot stand door lokale energiecoöperaties die zelfstandig of met andere initiatiefnemers een wind- of zonproject realiseren.
De opgave is groot: om 50% lokaal eigendom te realiseren in de provincie Utrecht is er tot 2030 zo’n 140 tot 280 miljoen euro nodig aan lokaal ledenkapitaal. Een aanzienlijk bedrag, maar relatief bescheiden in verhouding tot het spaargeld in de regio. Toch blijkt in de praktijk: geld ophalen is geen vanzelfsprekendheid.
Aan verschillende banken, fondsen en coöperaties is gevraagd wat zij zien als succesfactoren voor de financiering van een coöperatief duurzaam energieproject. Hieruit kwamen de volgende aanbevelingen voor energiecoöperaties om de slagingskans voor het benodigde lokale ledenkapitaal te maximaliseren:
- Zorg voor professionaliteit; een stabiel coöperatiebestuur met weinig verloop.
- Besteed voldoende tijd en aandacht aan marketing.
- Beperk de looptijd van het financieringsinstrument.
- Bied voldoende rendement.
- Wees duidelijk over het financieringsinstrument en -proces.
- Breng de bijdrage aan een goedkoper energiesysteem over het voetlicht.
Naast het ophalen van kapitaal door lokale energiecoöperaties – zelf georganiseerd of uitbesteed aan een crowdfundingplatform – zijn de meest gangbare aanvullende financieringsmogelijkheden geïnventariseerd. Dit zijn:
- kapitaalkrachtige energiecoöperaties,
- publiek investeringsfonds Energiefonds Utrecht,
- private investeringsfondsen,
- financiering met/door commerciële ontwikkelaar.
- en minder gangbare bronnen zoals: gemeenten, bedrijven en ideële fondsen.
Daarnaast worden enkele ‘hulpmiddelen’ besproken die financiering makkelijker kunnen maken, maar geen vervanging zijn voor eerdergenoemde opties, zoals het Ontwikkelfonds Opwek en gemeentegaranties.
Een belangrijke aanbeveling in het rapport is het opzetten van een aanvullend, Utrechts portfoliofonds. Dit fonds – waarin meerdere wind- en zonprojecten gebundeld zijn – kan met schaalgrootte en professioneel marketingbereik een bredere doelgroep aanspreken. Zo’n fonds biedt inleggers meer zekerheid en eenvoud, terwijl lokale energiecoöperaties wél de zeggenschap behouden.
